Afdelingen

De brugklas


Het voortgezet onderwijs betekent voor de brugklassers in allerlei opzichten een nieuwe start waarnaar met spanning en enthousiasme wordt uitgekeken. Veel leerlingen moeten eerst wennen: elk uur een andere docent, geen eigen lokaal, nieuwe vakken en meer huiswerk. In de brugklas staat het onderwijs in het teken van de basisvorming. Alle brugklasleerlingen in Nederland volgen vrijwel hetzelfde programma. Dit wordt niet alleen zichtbaar in de vakken die worden aangeboden, maar ook in de onderwerpen die bij deze vakken behandeld worden. De school zelf bepaalt het tempo waarin de lesstof wordt aangeboden en de moeilijkheidsgraad hierbij. Meer dan vroeger staat de lesstof dicht bij de leefwereld van de leerlingen. De ontwikkeling van een leerling en het daarbij ontdekken waar je goed of juist minder goed in bent spelen dan ook een belangrijkere rol. Ook wordt veel aandacht besteed aan het bijbrengen van vaardigheden, zoals spreekvaardigheid en presentatie. Op grond van de informatie bij de toelating wordt de leerling in een van de brugklassen geplaatst.


Er zijn 5 soorten brugklassen

  • brugklassen met mavo-niveau
  • brugklassen met mavo/havo-niveau, zgn. havo-kansklas
  • brugklassen met havo-niveau
  • brugklassen met havo/vwo-niveau
  • brugklassen met vwo-niveau

In zowel de havo/vwo- als de vwo-brugklassen bieden wij het onderwijs en de toetsing aan op vwo-niveau. Het belangrijkste verschil is dat we in de havo/vwo-klas expliciet rekening houden met leerlingen die uiteindelijk beter af zijn met een havo-programma. In de vwo-brugklas plaatsen we alleen leerlingen waarbij dit vanuit voortgaand onderwijs vanzelfsprekend moet passen.


Mavo/havo-brugklas

In de mavo/havo-brugklas hebben wij een éénjarige brugperiode. Aan het einde van het eerste jaar worden de leerlingen op de voor hen juiste afdeling geplaatst, waarbij we streven naar de hoogst mogelijke afdeling.


Havo/vwo-brugklas In de havo/vwo-brugklas hebben wij een tweejarige brugperiode. Na deze 2 jaar worden de leerlingen op de voor hen juiste afdeling geplaatst, waarbij we streven naar de hoogst mogelijke afdeling.

Mavo

De opleiding duurt 4 jaar. In de mavo-afdeling is het schoolexamen gespreid over het derde en vierde jaar. Het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE) vindt plaats aan het einde van het vierde jaar.


De mavo is geen eindstation. Een derde van de leerlingen besluit om verder te gaan op onze havo. De overige leerlingen gaan naar het mbo.


Samen met hun mentor, decaan, docenten en ouder(s)/verzorger(s) gaan de leerlingen vanaf de tweede klas op zoek naar hun kwaliteiten en interesses.


In het derde jaar beginnen de leerlingen met hun Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Deze stof is onderdeel van het eindexamen en vraagt veel van de studievaardigheden van de leerlingen. De docenten zorgen er voor dat de leerlingen tegen die tijd ook echt op het eindexamen zijn voorbereid. 


Voor de leerlingen die willen doorstromen naar de havo bieden we in het vierde leerjaar een overstapmodule aan. Deze module zorgt er voor dat de leerlingen voor de vakken wiskunde en Nederlands alvast op het havo-niveau worden voorbereid. Op deze wijze komen ze er achter of zij inderdaad het havo-niveau aan kunnen.

Havo
De opleiding duurt 5 jaar. In de havo-afdeling is het schoolexamen gespreid over het vierde en vijfde jaar. Het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE) vindt plaats aan het einde van het vijfde jaar.

In vijf jaar wordt een stevige theoretische basis gelegd voor het hbo. De havo-onderbouw duurt drie jaar. In deze jaren zitten de leerlingen in een vaste klas. De eerste twee jaar zijn voorbereidende jaren. In havo 3 wordt er gewerkt aan een profielkeuze voor de bovenbouw van de havo. In havo 4 en 5 hebben de leerlingen een profiel gekozen met de vakken waar zij eindexamen in gaan doen. Leerlingen hebben les in clustergroepen, afhankelijk van het door hen gekozen vakkenpakket, en krijgen meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. De mentor volgt de leerling en stuurt bij waar nodig.

Naast het leren in de lessen zijn er veel activiteiten die gericht zijn op een toekomst in het bedrijfsleven. Voorbeelden hiervan zijn: de stageweek, de sollicitatietraining, excursies en bedrijfsbezoeken.

Havo Top
De CSB is een VECON BUSINESS SCHOOL.

De VECON BUSINESS SCHOOL kenmerkt zich door extra aandacht voor de economische aspecten van de maatschappij en voor talenten van leerlingen op het gebied van ondernemerschap en ondernemendheid. Dit is een onderdeel van de ondernemende school die wij willen zijn. Met dit programma willen we de leerlingen extra voorbereiden op een economische vervolgopleiding op het hbo.

We starten met de havo Top in de brugklas, hoewel dit voor het VECON-programma niet vereist is. Wij kiezen hier als school voor om de leerlingen extra te motiveren en te stimuleren. Naast het reguliere lesprogramma economie worden voor de onderbouw extra modules toegevoegd.

In havo 4 komen gastsprekers vertellen over de bedrijfstak waarin zij werkzaam zijn. Leerlingen worden getest op hun geschiktheid voor het ondernemerschap. Naast de beroepsoriënterende stage en een sollicitatietraining maken de leerlingen een praktische opdracht bij het vak economie. Het programma wordt afgesloten met bedrijfsbezoeken.

Vwo

De opleiding duurt 6 jaar. Het schoolexamen van het vwo is gespreid over het vierde, vijfde en zesde jaar. Het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE) vindt plaats aan het einde van het zesde jaar.


In het schooljaar 2019/2020 biedt de CSB een havo/vwo-brugklas, een tweede klas havo/vwo en een derde klas vwo aan. De leerlingen krijgen de mogelijkheid zich breed te ontwikkelen om zich zo voor te bereiden op het wetenschappelijk onderwijs aan een universiteit.


Vanaf het vierde jaar bereiden de vwo-leerlingen zich voor op het examen in het door hen zelf gekozen profiel. Leerlingen hebben les in clustergroepen, afhankelijk van hun vakkenpakket. De nadruk ligt op zelfstandig werken en eigen verantwoordelijkheid.


Eindexamentraining

Aan het eind van het schooljaar worden voor de eindexamenleerlingen van alle afdelingen interne examentrainingen aangeboden. Voorafgaand aan deze trainingen ontvangen ouder(s)/verzorger(s) tijdens een speciale ouderavond advies hoe zij hun kind in deze periode zo goed mogelijk kunnen begeleiden.

Beoordeling, toetsing en rapportage

Op de CSB wordt voor alle vakken per trimester een minimum aantal toetsen afgenomen. Deze toetsen kunnen bestaan uit repetities, schriftelijke overhoringen of luistertoetsen. Daarnaast maken leerlingen onder andere werkstukken en boekverslagen die deel uitmaken van het aantal toetsen dat meetelt voor het rapportcijfer. Het aantal te geven schriftelijke werken per periode is in de onderbouw: het aantal wekelijks te geven lesuren per vak plus één.


Het schooljaar is verdeeld in drie perioden. Elke periode wordt afgesloten met een rapport. Aan de eerste twee rapporten is een oudergespreksavond (zgn. 10-minuten gesprek) gekoppeld. Leerlingen van de brugklassen krijgen in april/mei ook nog een tussenrapport.

De resultaten van de toetsen zijn essentieel om een oordeel te kunnen geven over de mogelijkheden van de leerlingen; inzet en houding worden daarbij meegewogen. De behaalde resultaten worden door de leerlingen zelf bijgehouden. De resultaten zijn van belang om zicht te krijgen op de mogelijkheden van de leerlingen om hen daardoor dat onderwijs te geven dat het beste bij hen past.


Ook voor Millenniuim Skills (MiSK: GD, JBS, TD) krijgen de leerlingen een beoordeling O (Onvoldoende), V (Voldoende) of G (Goed) op hun eindrapport.

Instelling
De instelling van een leerling (houding van de leerling ten opzichte van docenten en medeleerlingen, inzet) heeft veel invloed op de resultaten van de leerling. Daarom wordt in de onderbouwklassen de instelling op het rapport vermeld. De instelling wordt uitgedrukt met een O(nvoldoende), een V(oldoende) of een G(oed).

Magister
Ouder(s)/verzorger(s) kunnen te allen tijde de resultaten van hun kind inzien in het online administratiepakket Magister. Zij ontvangen hiervoor een persoonlijke code en wachtwoord.
Het recht van inzage in Magister vervalt voor de ouder(s)/verzorger(s) zodra hun kind 18 jaar wordt. Hij/zij is dan voor de wet volwassen en de ouder(s)/ verzorger(s) hebben dan toestemming van hun kind nodig om zijn/haar cijfers in te zien.

Op de website van de school ('MijnCSB') staat uitgebreide uitleg over Magister. Voor vragen kan men contact opnemen met de administratie van de school.